Zee van Terpen

team: Stephan Schagen en Dingeman Deijs

onderzoek naar het terpenlandschap in Nederland


Het verhaal en het landschap.

 

De indruk van een vreemdeling 50 n., Chr. : PLINIUS’ beschrijving van de terpen in het Chaukenland (aan de benedenloop van de Eems):

 

“In het noorden zagen wij de stammen van de Chauken, die de grote en de kleine genoemd worden. Een uitgestrekt gebied wordt daar met tussenpozen tweemaal per etmaal door de zee overstroomd, zodat men zich bij deze eeuwigedurende wisseling afvraagt, of de streek tot het land of tot de zee behoort.

 

Die beklagenswaardige mensen wonen daar op hoge aardhopen of op podiums die ze met de hand hebben opgeworpen ter hoogte van het hoogste getij, die ze uit ervaring maart al te goed kennen: daar bovenop hebben zij hun hutten gebouwd. Als het water de omgeving bedekt, lijken zij op schepelingen en als het water weer teruggeweken is, zijn het net schipbreukelingen. Zij proberen de vissen te vangen die met het getij worden meegevoerd, maar kunnen geen vee houden of melk drinken, zoals de aangrenzende volksstammen; zij kunnen zelfs niet tegen wilde dieren vechten, want er is in de omgeving geen boom te bekennen.

 

Van riet en biezen maken zij touwen, waarmee ze netten vlechten om te vissen. De bagger die ze met hun handen scheppen, dogen ze meer in de wind dan in de zon. Met behulp van dit slijk koken ze hun spijzen, en verwarmen ze hun door de noordenwind verstijfde botten. En wanneer dit soort mensen nu overwonnen wordt door de Romeinen, spreken ze van slavernij! Inderdaad, gespaard worden door het lot is voor velen een straf.”

 

PLINIUS, Naturalis Historia XVI 2-4

P>